Gebouwen
Na de Gemeenteavond op 14 april en de Inloop-Informatieavond van 20 mei j.l, over, zoals het heet ‘De accommodatiebehoefte van onze gemeente in de toekomst’ heeft de kerkenraad diverse reacties gekregen. Reacties die uiteenlopen van begrijpend en instemmend tot onverstandig, dom, financieel slecht en tot een officieel bezwaar.
Het moderamen van de kerkenraad heeft met meerdere gemeenteleden persoonlijke gesprekken gevoerd. Gesprekken waarin de zorg voor de toekomst van onze gemeente de boventoon voerde, maar waarin ook de ‘voorgenomen besluiten’ zeer kritisch werden benaderd. Daarmee is de kerkenraad nog steeds in de fase van ‘de gemeente te horen’ en dat in haar definitieve besluitvorming mee te nemen.
Echter op weg naar die definitieve besluitvorming is gebleken dat de Federatieovereenkomst, die de Hervormde Gemeente en de Gereformeerde kerk in 1999 sloten, in 2004 aangepast had moeten worden aan de nieuwe kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland. Dat had moeten gebeuren na de eenwording van onze kerken. Dat het in Dinxperlo niet gebeurde, heeft te maken met de discussie die toen ontstond over twee mogelijkheden die toen naar voren kwamen, te weten: passen we de overeenkomst aan en regelen we daarin hoe om te gaan met vermogensrechterlijke zaken of proberen we de eenwording (=fusie) te realiseren. Mede op advies van provinciale ondersteuning is destijds gekozen voor de eerstgenoemde mogelijkheid. Probeer eerst die zaken te regelen en met name het probleem van de accommodatiebehoefte ( = gebouwen). Want op dat moment was immers een werkgroep al intensief bezig om de accommodatiebehoefte in beeld te brengen en verwachtte men daarover snel duidelijkheid te verkrijgen. De kerkenraad is zich er echter niet genoeg van bewust geweest, dat de federatieovereenkomst moest worden aangepast.
Op dit moment kan de kerkenraad geen concrete beslissingen nemen over vermogensrechterlijke aangelegenheden, zonder de overeenkomst aan te passen. Hieraan wordt nu, in nauw overleg met de deskundigen van het Steunpunt Zuidoost van de PKN, hard gewerkt en u zult er vast en zeker nader van horen, want ook over deze aanpassing moet de gemeente gehoord worden. Dit zal echter pas na de zomervakantie kunnen gebeuren.
H.J.Wassink. voorzitter.
De Gelderlander
Het was woensdagmorgen 19 mei dat ik werd gebeld door een verslaggeefster van De Gelderlander met de opmerking dat ze graag een gesprek met de voorzitter van de kerkenraad wilde over de gebouwenproblematiek van onze gemeente. Via de website en door opmerkingen en gesprekken van en met mensen uit onze gemeente leek het haar wel iets om daar eens wat over te schrijven. Mijn antwoord was dat ik daar eerst met de kerkenraadsleden over wilde nadenken, omdat we juist met dit onderwerp zorgvuldig willen omgaan. Wat zeg je in zo’n gesprek en hoe wordt het weergegeven. U kent vast en zeker alle opmerkingen die daarover wel worden gemaakt, zoals: zo heb ik het niet gezegd en zo heb ik het niet bedoeld.
Toch was de kerkenraad van mening dat we niets te verbergen hebben. We hebben immers ook bijna tweeduizend brieven rondgestuurd om met deze problematiek naar buiten te treden. Dat vervolgens de problematiek ook bij mensen buiten onze kerkgemeenschap bekend wordt, valt niet te voorkomen. Op vrijdag 21 mei hebben Jody Brus en ik het gesprek gevoerd. Diezelfde middag hebben we het artikel via de mail toegezonden gekregen en kunnen lezen. Zowel Jody als ik kon met de weergave instemmen en zo stond het zaterdag 22 mei ook in de krant. Wat schetst mijn verbazing vanmorgen, 26 mei, … opnieuw een verhaal over wat er speelt in onze gemeente, nu onder de rubriek ‘ANALYSE’. Op zich geen probleem, was het niet dat ik een paar dingen las waarbij ik een onbehaaglijk gevoel kreeg. Ik weet dat het vergeefse moeite is om te proberen een en ander recht te zetten. En een discussie via de Gelderlander over wat wel en niet juist is, is helemaal vergeefse moeite. Toch wil ik via Kerkleven aangeven wat me stoort in het tweede artikel en ik laat het aan u om uw eigen conclusies te trekken.
1, De ‘kop’boven dit artikel “Protestanten zijn plots weer gereformeerd” is geen uitspraak van Jody of van mij.
2. De zin in het tweede deel van dit artikel over dat er allerlei sentimenten een rol spelen, suggereert dat de sentimenten zodanig een rol spelen dat met name de gereformeerden hun kerk niet kwijt willen. Wij hebben slechts aan willen geven welke sentimenten gevoeld worden en dat de kerkenraad die wel degelijk kent en daar zorgvuldig aandacht aan wil schenken. De negatieve toonzetting stoort mij.
3. Het Calimero-effect is een benaming die volledig voor de verantwoording van de redactrice komt. Het mag duidelijk zijn dat de zowel Jody als ik, dit op geen enkele wijze onderschrijven.
4. De laatste zin, over de broosheid van de eenheid in de protestantse gemeente in Dinxperlo, komt geheel voor haar rekening. Dat er juist rond bezittingen ( gebouwen) nog in termen van hervormd of gereformeerd gedacht en gewerkt moet worden, is een feit en dat hebben wij benoemd, maar stelt onze intensieve samenwerking (= federatie), wat ons betreft, niet onder druk.
Mede namens Jody Brus,
H.J.Wassink, voorzitter kerkenraad
Verslagen van kerkenraadsvergaderingen en gemeenteavonden kunt u lezen door hieronder op het betreffende item te klikken.
Verslag gemeenteavond 15 oktober 2009
Verslag kerkeraadsvergadering 28 oktober 2009
Verslag gemeenteavond 4 november 2009
Verslag kerkeraadsvergadering 25 november 2009
Verslag kerkeraadsvergadering 13 januari 2010
Verslag kerkeraadsvergadering 27 januari 2010
Verslag kerkeraadsvergadering 24 februari 2010
Verslag kerkeraadsvergadering 24 maart 2010
Verslag kerkeraadsvergadering 28 april en het vervolg op 10 mei 2010
Kort verslag van de vergadering van de Classis Winterswijk van 18 mei 2010 in de Koppelkerk in Bredevoort.
Op 18 mei werd er een vergadering van de classis Winterswijk gehouden in de Koppelkerk in Bredevoort. De vergadering wordt geopend met een liturgisch moment verzorgd door de plaatselijke predikant ds. A.G. Endeveld. Vervolgens neemt de voorzitter ds.Chr. de Jonge de leiding van de vergadering op zich. Bij de ‘ingekomen en uitgegane stukken’ is een brief van de commissie, die in het leven is geroepen door de classes Doetinchem, Winterswijk en Zutphen, die tot taak heeft om de mogelijkheden te onderzoeken om te komen tot een gezamenlijke website. De heer T.J.Bouwers (lid van de commissie namens cl.Winterswijk) geeft een toelichting op de brief. De classis kan zich in de uitgangspunten vinden en machtigt de commissie het onderzoek te vervolgen en tot een definitief voorstel te komen. Het hoofdonderwerp van de vergadering is de ‘Missionaire activiteiten in onze gemeenten’. De voorzitter leidt het onderwerp in. Tijdens het bezoek van vertegenwoordigers van de landelijke missionaire werkgroep in september 2009 aan de classis Winterswijk is uitgebreid gesproken over de missionaire roeping en de missionaire mogelijkheden van kerk en gemeente in deze tijd. Er werd een DVD over de problematiek in een plaatselijke gemeente vertoond en er werd een handboek met 30 kansrijke modellen uitgereikt. Met deze modellen kunnen gemeenten aan de slag gaan. Na de inleiding wordt er gediscussieerd over missionair besef en voorbeelden van missionaire activiteiten in kerkelijke gemeenten. Zo wordt er gesproken over de vraag of we als kerk er alleen zijn voor degenen, die tot de kerk behoren of ook voor anderen die niet bij een kerk zijn aangesloten. In welke mate zijn de gemeenteleden actief op andere terreinen van de samenleving? Speelt het geloof daarbij ook een rol? In hoeverre leveren we als kerkelijke gemeente een bijdrage aan het samenleven van mensen in onze directe omgeving en in het dorp? Wordt de aanwezigheid van een kerk en van een kerkelijke gemeenschap belangrijk geacht? Waar liggen er mogelijkheden om je als kerk meer naar buiten te presenteren? Hoe participeer je als kerk in bepaalde overlegstructuren(b.v. over WMO)? In hoeverre zijn de aangereikte modellen van de landelijke werkgroep in de plaatselijke gemeente te gebruiken. In aansluiting op het agendapunt wordt nog gesproken over de Interclassicale Werkgoep voor Missionaire Gemeenteopbouw, die bereid is gemeenten te adviseren en te assisteren bij het opzetten van activiteiten. De conclusie is, dat er in het grensgebied van kerk en samenleving veel mogelijk is. Een belangrijk sleutelwoord daarbij is ‘ontmoeting’. In het vervolg van de vergadering komen nog aan de orde de kerkordelijke zaken en vacatures, de verslagen van commissies, werkgroepen en een verslag vanuit de synode, Intergemeentelijke samenwerking binnen de classis en actualiteiten vanuit de gemeente. De voorzitter sluit de vergadering met dankgebed.
S. Kuijt, 1e scriba
Voor meer gegevens omtrent de classis kunt u de website bezoeken op het adres: www.classes-oostgelderland.nl/Winterswijk/winterswijk.html
K E R K E N W E R K: Waarom doe je het?
In verreweg de grootste vrijwilligersorganisatie in ons land ontstaan regelmatig vacatures. Er is een grote doorstroming in kerkenraden, werkgroepen en commissies. Lege plaatsen moeten opnieuw worden opgevuld, anders stagneert het werk. Maar ook nieuw werk vraagt om gemotiveerde en enthousiaste ‘taakdragers’.
Daarom trekken elk jaar weer gemeenteleden er op uit om andere leden van de gemeente bij het kerkenwerk te betrekken. En dat valt niet altijd mee. Zoals sportverenigingen er moeite mee hebben hun open plekken opgevuld te krijgen voor kantinediensten, bestuurstaken en tal van andere vrijwilligerstaken, zo is dat ook met de kerk. In dat opzicht deelt ze in de malaise, dat vandaag veel mensen erg druk zijn met hun werk, hun gezin, hun sociale verplichtingen en hun hobby’s. Er blijft gewoon geen tijd over.
Motivatie
Er zijn ook andere geluiden te horen. Vraag er maar eens naar in de eigen kerkenraad, werkgroep of commissie. Er zal vast wel een moment te vinden zijn om die vraag aan de orde te stellen en ieder daar persoonlijk op te laten reageren: kerkenwerk, waarom doe je het? Nog niet zo lang geleden bracht een gesprek over die vraag zomaar een zevental motieven boven tafel!
1. Voor wat hoort wat
‘Als je ergens lid van bent, dan moet je ook bereid zijn je daarvoor in te zetten.’
Dat is bij de plaatselijke voetbalclub zo en dat geldt ook van de kerk. Zonder de inzet van vrijwilligers gaat het niet. Iemand zei dat de vraag om ouderling te worden voor haar heel onverwacht kwam, maar toen ze van de eerste schrik bekomen was, vroeg ze zich af waarom ze het eigenlijk níet zou doen. Dat hoort er immers bij als je ergens actief lid van bent. ‘Ik geloof niet dat ik mezelf zou hebben aangeboden om ouderling te worden, nee, dat stond toch wel ver bij mij vandaan. Maar toen de vraag kwam, vond ik het best ook een uitdaging’.
2. Ergens bij horen
‘Ik wil graag mensen leren kennen en zelf ook een beetje bekend worden’ zei de volgende.
Hij was voor zijn werk verhuisd naar deze gemeente en had er behoefte aan ook buiten de werksfeer mensen te ontmoeten en zich ergens bij aan te kunnen sluiten. De vraag voor kerkenwerk kwam prima tegemoet aan die behoefte. Hij kwam als bezoeker terecht in een wijkteam, dat goed liep, waarin allerlei taken op een heldere manier waren verdeeld en waarin het enthousiasme van de teamleden hemzelf ook inspireerde. Hij deed er leuke contacten op.
’s Zondags in de kerk kreeg hij steeds meer het gevoel er bij te horen, zijn plekje te hebben en na verloop van tijd ook het gevoel er thuis te horen. Dat zou zonder actief kerkenwerk veel langer hebben geduurd, als het al was gebeurd.
3. Om betrokken te blijven
‘Ik ben actief om betrokken te blijven bij de kerk.’
Eerlijk is eerlijk, de kerkdienst is niet altijd even boeiend. Er zijn periodes, dat er geen vonk overspringt. Dat ligt niet altijd aan de kerk. Soms word je door bijvoorbeeld je werk zo in beslag genomen dat er haast geen ruimte voor iets anders over blijft. Dan kan het zo maar gebeuren dat er afstand groeit. De ervaring leert, dat veel mensen op zo’n heel geleidelijke manier los raken van de kerk. Er ontstaat een drempel, die in de loop van de tijd steeds hoger wordt. Daar spelen ook veel andere dingen bij mee. Maar waar het nu om gaat is, dat actief zijn in de kerk je door zo’n periode heen kan helpen zonder dat je bij de kerk vandaan groeit. Een diaken vroeg zich na haar ambtsperiode af voor welke taak zij zich nu kon opgeven of beschikbaar stellen, juist om betrokken te blijven.
4. Touwtje in handen
‘Het is leuk om ook eens achter de schermen te kunnen kijken en ook zelf wat touwtjes in handen te hebben.’
Er gaat zoveel om in de kerk waar je eigenlijk geen idee van hebt. Aan de ene kant zie je dat de kerk kleiner wordt, aan de andere kant ontdek je dat je niet de enige bent, die zich ervoor inzet. Wat zijn er een vrijwilligers druk mee in de weer! Wat lopen er een draden in en door zo’n kerkelijke gemeenschap heen. Het lijkt zo vanzelfsprekend, dat er iedere zondag weer kerkdiensten gevierd kunnen worden, maar er komt heel wat bij kijken. Kinderopvang, kindernevendiensten, cantorij, koster, organist en predikant, de begroeting bij binnenkomst van de kerk, - wat zijn er veel taken die verricht worden, veel zaken die gedaan worden en veel mensen die ze uitvoeren!
Het is de kunst al die taken en zaken en mensen zó in te zetten, dat ze de opbouw van de gemeente dienen en dat ze bijdragen aan het waarmaken van de taak van de gemeente in de wereld. Daar heb je nu zelf een touwtje van in handen!
5. Samen kerk zijn
‘Het is zo inspirerend om met een groep betrokken en bevlogen mensen samen op te trekken.’
Kerk ben je niet op je zelf of in je eentje, maar samen. Door anderen ben je op de weg van het geloof gezet. ’t Zal zeker waar zijn, dat mensen ook drempels en blokkades voor elkaar opwerpen op die weg van het geloof, maar gelukkig doe je ook de ervaring op dat anderen je daar weer over heen helpen. Wat kun je vandaag geloven, als zoveel betwijfeld wordt? Niet alleen van buiten de kerk, maar ook van binnenuit? Wat kun je je onzeker voelen als je onder woorden probeert te brengen wat je gelooft. Soms voel je je zo tekort schieten.
De ervaring dat je er niet alleen voor staat kan dan heel behulpzaam zijn. Kerkenwerk doe je niet alleen. Als er een open sfeer is tijdens ontmoetingen en op vergaderingen ontdek je dat jij niet als enige zulke gevoelens hebt. Anderen hebben die ook. Collega’s herkennen je moeite. Die herkenning schept ruimte. Je ontdekt, dat je ook met lege handen anderen van dienst kunt zijn en dat je ook met je twijfel en onzekerheid je steentje kunt bijdragen. De betrokkenheid en bevlogenheid die je om je heen ontdekt kunnen aanstekelijk werken en je net even over een dood punt heentrekken.
6. Recht van spreken
‘Ik vind dat ik alleen recht van spreken heb, als ik ook zelf verantwoordelijkheid wil dragen.’
Het is wel erg gemakkelijk vanaf de zijlijn kritiek te hebben op het spel dat vertoond wordt.
Kritiek mag er zeker zijn. Overal waar gewerkt wordt maken mensen ook fouten. Die mogen we ook open onder ogen zien. Maar dan wel vanuit een loyale houding. Je kunt met recht vinden dat er echt dingen anders moeten, bijvoorbeeld in de opstelling van de kerk naar de jongeren toe, of als het gaat om de opzet van de kerkdiensten. Maar dat alleen maar zeggen of roepen is niet voldoende. Je zult ook bereid moeten zijn zelf de handen uit de mouwen te steken. Soms loop je er dan tegenaan dat kerkelijke structuren weerbarstig zijn. En soms moet je je kritiek relativeren, als je ontdekt dat je niet alleen met je eigen wensen en verlangens te maken hebt, maar ook met die van zoveel anderen. Dat maakt bescheiden. Maar op andere momenten kun je kansen en uitdagingen vinden om nieuwe wegen in te slaan.
7. Het levert me wat op!
‘Ik geef niet alleen, ik krijg ook. En dat is belangrijk voor mij!’
Het kerkenwerk kost niet alleen tijd en energie, het levert ook wat op. Bijvoorbeeld de ervaring dat jij met je tekorten, beperkingen en je lege handen, maar met je open oren en je open hart anderen van dienst kunt zijn. Dat iemand bij jou een luisterend oor gevonden heeft en dat haar dat zo goed gedaan heeft. Je bent er een beetje verlegen mee, want zo bijzonder was het volgens jou niet. Maar voor die ander was het heel waardevol. Wat je ook krijgt is een plek te midden van anderen. Je wordt gegroet, je bent gekend. Dat is een groot goed in een tijd waarin, ondanks alle moderne communicatiemiddelen, zoveel mensen eenzaam zijn.
Zomaar een zevental herkenbare en aanstekelijke motieven! Ze maken dat kerkenwerk zinvol en verrijkend is. Niet alleen maar voor anderen, maar ook voor jezelf.
Daarom doe je het.
Bovenstaand artikel is een bewerking van een artikel uit het Ouderlingenblad, geschreven door Richard Vissinga.
Drs. R.S.E. Vissinga is als predikant voor gewone werkzaamheden verbonden aan de Protestantse Gemeente van Enschede. Hij is lid van de redactie van het Ouderlingenblad.