De generale synode van de Protestantse Kerk in Nederland kwam op 19 en 20 april jl. in voorjaarsvergadering bijeen in het congrescentrum De Werelt in Lunteren. Naast een aantal agendapunten, die betrekking hebben op benoemingen, wijzigingen van de kerkorde en de voortgangsrapportage over in het verleden genomen besluiten, werd er gesproken over de ambtsvisie die ten grondslag ligt aan de kerkorde. Daarnaast kwamen in het verloop van de vergadering aan de orde de verplichte nascholing van predikanten, de bezuinigingen in het dovenpastoraat, de vorming van een ICCO-coöperatie (ontwikkelingssamenwerking) en de omgang met de sociale media.
De notitie over de ambtsvisie kwam op de eerste dag uitvoerig aan de orde. Verschillende afgevaardigden vonden de notitie aan de magere kant en te weinig vanuit een historisch besef over het kerkelijk ambt doordacht.
Ook waren er afgevaardigden, die van mening waren dat de ambten in de kerk meer op de eigentijdse situatie moesten worden afgestemd. Zo zou niet meer gesproken moeten worden van het ambt van 'ouderling' maar zou hiervoor een meer eigentijdse benaming moeten worden gekozen.
Ook zou er een verbinding moeten worden gelegd met de verhouding ambt en gemeente en in het verlengde hiervan met het algemeen priesterschap van alle gelovigen. In het vervolg van de vergadering werd gesproken over de handreiking over het gebruik van sociale media (o.a. Twitter, Facebook, Linkedin). Deze handreiking wordt opgenomen als aanhangsel bij de vorig jaar vastgestelde beroepscode voor predikanten en kerkelijk werkers.
In de bijeenkomst van vrijdag kwam de permanente educatie van predikanten en kerkelijk werkers opnieuw aan de orde. De vorige regeling vond men vanuit verschillende geledingen van de kerk te verplichtend waardoor deze te weinig ruimte liet voor eigen initiatieven.
De nascholing voor predikanten wordt per september 2012 verdeeld in drie delen van ongeveer een maand. Een deel moet worden aangevuld met studieactiviteiten uit een door de kerk aangestuurd aanbod. Het volgende deel mag ook elders ingevuld worden bij een door de kerk erkende instantie.
Deel drie (maximaal 170 uur) kunnen de predikanten geheel zelf invullen. Kerkelijk werkers hebben alleen recht op de eerste twee delen van de nascholing. Voor hen is het aantal studiepunten verminderd van 420 naar 350 uren. De wijzigingen in de aanvankelijke regeling voor de nascholing hebben het voordeel dat predikanten meer vrijheid krijgen voor de eigen invulling.
Het een en ander moet in de regelgeving nog worden aangepast. Er komt geen verplichte juniorfase voor predikanten in de Protestantse Kerk. Wel zal er meer aandacht komen voor het ingroeien van jonge predikanten in de kerkelijke gemeenten en het gemeentewerk. Ook zullen er op kerkenraadsniveau verplichte 'jaargesprekken' met o.a. predikanten worden georganiseerd.
In de synodevergadering werd eveneens gesproken over de bezuinigingen op het dovenpastoraat. Het voornemen is om het aantal arbeidsplaatsen voor het dovenpastoraat per 1 september terug te brengen van 2 naar 1.5 fte. Vanuit het dovenpastoraat zijn hiertegen ernstige bezwaren ingebracht. Aan de classes is verzocht hiermee adhesie te betuigen. In een volgende synodevergadering zal hierover definitief worden beslist.
In de vergadering van vrijdag werd goedkeuring gegeven voor het vormen van een zogenaamde ICCO-coöperatie. Dit laatste betekent een nauwere samenwerking van Kerk in Actie met andere hulporganisaties, die in het buitenland op het gebied van ontwikkelingswerk werkzaam zijn.
Namens de classis Winterswijk,
S. Kuijt