
Waar was JIJ toen de waanzin zo maar uit de lucht viel?
Zo veel levens met een paar klappen teniet werd gedaan.
Waar was JIJ toen onze machtige torens brandden?
En we de toekomst in rook op zagen gaan.
Zag JIJ ook hoog in de toren die witte zakdoek?
Smekend om hulp achter een raam.
Hoorde JIJ ook door het vernietigende lawaai heen?
Het vertwijfelt roepen van je naam.
We schreeuwden om een redder; een koning.
Zoals zo vaak al door de eeuwen heen.
Die ons de wraak bracht en de victorie.
Liet JIJ ons nu zo maar alleen?
Het duurde tot aan die drie minuten.
Toen de wereld stilstond besefte ik het pas.
In die stille drie minuten begreep ik.
Dat JIJ er al die tijd al was.
Net als wij; verbaasd.
Om zo veel haat, zo veel verdriet.
En waarom wij elkaar dit aandoen.
Weet zelfs JIJ misschien wel niet.
En toen wij hulpeloos om je riepen.
Leek het of je wilde dat niemand Je vond.
Terwijl Je net als wij ook huilend.
In de puinhopen van de torens naast ons stond.
Hatee
Aan ons zicht onttrokken,
maar niet afwezig.
Door mensen die over Hem getuigen,
is Hij aanwezig.
Aanwezig in de kerk, zijn Lichaam,
in mensen op weg gezet
om te doen als Hij....
